0
0
0
s2sdefault

“The years passed,  mankind became stupider at a frightening rate. Some had high hopes that genetic engineering would correct this trend in evolution, but sadly the greatest minds and recources were focused on conquering hair loss and prolonging erections. There was a time when reading wasn’t just for fags. And neither was writing. People wrote books and movies [Private Joe Bauers]”


De film Idiocracy die in 2006 verscheen maakte op hilarische wijze (on)bedoeld een duidelijk statement. Soldaat Joe Bauers, de belichaming van de gemiddelde Amerikaan, wordt uitgekozen voor een experiment. De overheid wil onderzoeken of het mogelijk is om mensen te bewaren door ze in te vriezen. Joe weet niet waar hij aan begint: door een fout ontwaakt hij in plaats van één jaar 500 jaar later. Hij wordt wakker om en nabij het jaar 2500 en ontdekt dat de mensheid een proces van debilisering doorgegaan is. Er heerst paniek en onrust omdat landbouw onmogelijk geworden is, hoezeer men ook probeert het land te bewerken. Joe komt er op een gegeven moment achter dat door alle consumptie van nutteloze informatie de mens vergeten is hoe ze het land moeten bewerken: met water (en niet met de drank Gatorade…). De nutteloze informatie wordt voornamelijk via digitale media verspreid. Mensen leven compleet op basis van blauw licht, houden er een puur hedonistische levensfilosofie op na en een moreel systeem lijkt compleet absent. Dat klinkt belachelijk, toch?

Het is opmerkelijk te beseffen dat de gelijkenissen tussen de idiocratie zoals deze geschetst wordt in Idiocracy en de manier waarop er in vivo geleefd (kan) worden enorm zijn. De bevinding van Joe is interessant: de mens verliest de fundamentele levenswijsheid, in zijn geval zelfs kennis, waarmee hij los begint te staan van zijn (analoge) natuurlijke aard. De digitale revolutie die op dit moment heftig woedt in heel de wereld heeft effect op ons allemaal. Uiteraard reikt het effect buiten de hier besproken domeinen, maar laten we ons voornamelijk focussen op twee domeinen die met name voor de psychologie van belang zijn: de cognitieve en sociale gevolgen van de digitale revolutie. De drie interessante vragen die ik de komende drie blogs graag aan de kaak zou stellen:

  1. Wat is het effect van de digitale revolutie op ons brein?
  2. Wat betekent het voor onze sociale relaties?
  3. En wat voor implicaties bevatten deze veranderingen voor de nieuwe wereld?


Wat is het effect van de digitale revolutie op ons brein?
In zijn boek “The Shallows: What the Internet Is Doing to Our Brains” (2011) haalt Nicholas Carr diverse onderzoeken aan die inzicht geven in de invloed van de digitale revolutie op onze aandacht, informatieverwerkingsprocessen en intelligentie. Zo haalt hij het onderzoek aan van Tapscott (2009), waarin Tapscott beschrijft dat onze cognitie daadwerkelijk verandert door het gebruik van digitale media. De nieuwe generatie internetgebruikers (Tapscott noemt ze Net Geners) heeft hersenen die door surfen en gamen beter in staat (sneller en meer accuraat) zijn om visuospatiële informatie waar te nemen en te verwerken. De Net Geners zijn beter in het maken van beslissingen en kunnen goed samenwerken. Het nemen van beslissingen is een cognitieve vaardigheid die meermaals geassocieerd is met activiteit in de frontale kwab van het menselijk brein. Dit is in lijn met het onderzoek van Small, Moody, Siddarth & Bookheimer (2008) waarin aangetoond wordt dat ervaren internetgebruikers meer neurale activiteit laten zien in een bepaald deel van de frontale kwab (de dorsolaterale prefrontaal cortex). Ook de hand-oog coördinatie is verbeterd. Een vaardigheid die wij volgens Tapscott duidelijk laten vallen is het kritisch denken. De afleidbaarheid van het brein van de Net Gener is veel hoger, waardoor men voornamelijk oppervlakkig denkt en niet goed kan verzinken in een diep, kritisch gedachtenproces. Betekent dit dan dat we op een gegeven moment vaardigheden zoals kritisch denken kunnen verliezen? Wellicht. Klinkberg (2008) geeft in zijn onderzoek een voorzet naar een cognitieve en intellectuele degeneratie die wordt veroorzaakt door het internetgebruik: Ervaren internetgebruikers lijken beter te gedijen op basis van bottom-up prikkels dan op top-down prikkels. De positieve bekrachtiging van de korte berichten en continue afleiding zorgt bij velen voor cognitieve desoriëntatie. Kan het vele internetgebruik onze hersenen dan daadwerkelijk veranderen? Zeker. Sinds een behoorlijk aantal jaar is het concept van plasticiteit bekend. Heel toegepast geformuleerd: hoe meer wij internetten, hoe meer ons brein de neurale “paden” die deze activiteit ondersteunen toegankelijk maakt en versterkt. Maar dit gaat ten koste van andere activiteiten, zoals creativiteit, diepe concentratie of kritisch denken.

Merk jij bij jezelf dat je de laatst tijd moeite hebt met concentratie, het creatief bezig zijn of het kritisch evalueren van je aankopen, motieven om de televisie aan te zetten of achter de computer te gaan zitten?

  • Carr, N. (2011). The Shallows: What the Internet Is Doing to Our Brains.  Amsterdam: Maven Publishing B.V.
  • Klingberg, T. (2008). The Overflowing Brain: Information Overload and the Limits
  • Of Working Memory: Information Overload and the Limits of Working
  • Memory. Oxford University Press, 2008.
  • Small, G.W., Moody, T.D., Siddarth, P., & Bookheimer, S.Y. (2008). Your Brain on  Google: Patterns of Cerebral Activation during Internet Searching
  • Tapscott, D. (2009). Grown Up Digital: How the Net Generation Is Changing Your  World (Vol. 361). New York: McGraw-Hill.

Bio: Mijn naam is Niels, ik ben 23 jaar en ik ben bijna afgestudeerd toegepast psycholoog. Mijn specialisatie is neuropsychologie en ik heb ervaring met klinische psychodiagnostiek. Energie haal ik uit mensen, muziek maken, lezen, nieuwe dingen leren en delen. Delen voelt goed (vind ik)! Daarom schrijf ik graag voor jou, met jou en over jou en houd ik zo mezelf, maar ook jou op de hoogte van de ontwikkelingen binnen het meest fascinerende vakgebied dat er bestaat: de psychologie!