0
0
0
s2sdefault

Het blijft maar door mijn hoofd spoken: het onderbuikgevoel van een dorpsondersteuner in Gemert. Zij gaat vanaf 1 januari bepalen of een kind met problemen psychische zorg nodig heeft. Wie de reportage van Nieuwsuur op 22 september gezien heeft, weet waar ik het over heb.
Leonard Geluk mocht in de studio de zorgen over de transitie toelichten namens de commissie die toeziet op de overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten. Driekwart van de instellingen die jeugdzorg uitvoeren in Nederland heeft nog geen contract gesloten met gemeenten. Kunnen de kinderen die deze zorg krijgen daar na 1 januari dan nog wel op rekenen?

En hoe gaat straks de toegang tot de zorg? Sommige gemeenten gaan blijkbaar werken met wijkteams bestaand uit amateurs; mensen zonder professionele expertise voor hun taken, waaronder het beoordelen welke zorg een kind nodig heeft. Zoals de dorpsondersteuners in het Limburgse Gemert.

Buurvrouw-plus
De eerste die zich voorstelt voor de camera is een gemeenteambtenaar op het gebied van welzijn. Door haar uitgesproken uiterlijk,  onnatuurlijk rode haar, en haar manier van spreken doet ze mij denken aan een typetje van Koefnoen, een soort Thea van Theo en Thea.  Ook al weet ik natuurlijk uit de psychologie en uit ervaring dat ik iemand niet op haar eerste indruk mag beoordelen. Die fout maken wij mensen  al vaak genoeg. Ik weet immers niet wat haar achtergrond is; wellicht is zij zeer deskundig en ervaren.
In het interview dat erop volgt, noemt het wijkteamlid zich een “buurvrouw-plus”.  Als dorpsondersteuners werken ze namelijk niet met protocollen. Ze bekijken op basis van onderbuik- en niet-pluisgevoel wie welke hulp nodig heeft. Oef…
Gelukkig pleegt de redactie van Nieuwsuur ook wederhoor bij mensen met meer kennis van zaken.  Een woordvoerster van het Nederlands Jeugdinstituut legt helder uit dat een kind met sociaal-emotioneel moeilijk gedrag vergelijkbaar is met een kind met pijn in de arm: beiden verdienen een deskundige kijk om te beoordelen wat er aan de hand kan zijn. En, aanmodderen met een kind  dat zich angstig of somber voelt of misschien autisme heeft, kan de problemen zelfs ernstiger maken.

Specifiek en specialistisch
Het gaat om tienduizenden kinderen die specifieke en specialistische hulp nodig hebben, voegt Leonard Geluk toe. Het principe van laagdrempelige hulp van dichtbij is oké en wellicht voldoende voor een deel van de zorgvragers. Ik denk aan ouderen die willen weten bij welke instelling ze moeten aankloppen. Of met een praktisch probleem zitten dat behulpzame buren kunnen oplossen.  Voor hen is het vast fijn om even zo’n buurvrouw-plus om raad te vragen.
Psychische problemen daarentegen vragen een andere aanpak: professioneel en gefundeerd op een wetenschappelijke basis.  Hiervoor is in Nederland in de loop van tientallen jaren een enorme deskundigheid en een psychische zorg opgebouwd die niet zomaar door wethouders  aan de kant geschoven moeten worden.
Staatssecretaris Martin van Rijn heeft deze week rondgetoerd om bij de wethouders in het land te peilen hoe het gaat op weg naar 1 januari. Wat levert dat op? Meer dan de helft van de wethouders is namelijk onervaren in zijn portefeuille. En gemeenteambtenaren voorzien de grootste knelpunten bij de overheveling van de jeugdzorg; bijna de helft verwacht een zeer stroeve overgang tot chaos.
En dan zijn er columnisten en jeugdzorgverleners die roepen dat de noodklok genoeg is geluid. Hoe komen ze erbij…?

Beraden bij professionals
Ik raad wethouders aan zich gedegen te beraden bij ervaren professionals. Laat ze liever tijd nemen om een aanpak pragmatisch te onderzoeken voordat ze bestaande samenwerkingen overboord gooien. Laat ze ook investeren in preventie in plaats van bezuinigen op hulp achteraf als de problemen al teveel schade hebben aangericht. Dus door “vooraf” een kind en ouders beter te begeleiden bij de ontwikkeling en de opvoeding. Door goed opgeleide professionals in te zetten op plekken waar kinderen opgroeien, zoals de school en de buurt. De disciplines die toch al samenwerken in en om scholen kunnen heel goed bekijken welke hulp een kind nodig heeft om beter te functioneren. De jeugdverpleegkundige, schoolmaatschappelijk werk, de orthopedagoog, de GZ-psycholoog. En daar vormt een toegepast psycholoog een uitstekende aanvulling op!
TP’ers zijn gelukkig op steeds meer plekken actief in het onderwijs in de leerlingbegeleiding en leerlingenzorg maar ook in de coaching en training van docenten en ouders.
Tot slot wens ik de staatssecretaris en alle wijkteammedewerkers in gemeenten veel wijsheid toe en vooral: professionaliteit.

Bronnen en meer informatie

  • De Nieuwsbrief Jeugd van het Nederlands Jeugdinstituut van 2 oktober 2014. Kijk op:
  • http://www.nji.nl/nl/Gemeenten-onvoldoende-voorbereid-op-transities
  • Altijd Wat, uitzending van 30 september 2014 en bericht over de enquête onder ambtenaren: http://altijdwat.incontxt.nl/seizoenen/2014/afleveringen/30-09-2014/nieuws-een-vijfde-ambtenaren-voorziet-chaos
  • Nieuwsuur, reportage van 22 september 2014 over zorgtransitie en het wijkteam in Gemert.
  • http://www.npo.nl/nieuwsuur/22-09-2014/VPWON_1220804

Geschreven door Corine Willemse
Bio: Mijn naam is Corine, ik ben 46 jaar, geregistreerd toegepast psycholoog, met stage- en afstudeerervaring in het voortgezet onderwijs. Ook ben ik opgeleid en werkzaam (geweest) als journalist en communicatieadviseur. Sinds september ben ik actief bij een school voor praktijkonderwijs; ik ondersteun hier in de leerlingbegeleiding en coaching. Omdat ik het belangrijk en inspirerend vind om mij in te zetten voor de toegepaste psychologie, ben ik betrokken bij de beroepsvereniging NBTP en schrijf ik over ontwikkelingen op het gebied van jeugd, onderwijs, gezondheid & TP.